Archive for the 'uncategorized' Category


Organisatiemerken? It’s the roots that build the brand!

Allereerst het goede nieuws. Merkgoeroe Giep Franzen heeft met het SWOCC een uitgebreide studie gedaan naar de literatuur rondom merken voor organisaties. Eerste conclusie? Er is heel veel geschreven over product-branding en over corporate communicatie maar de verbinding daartussen ontbreekt. Hoogste tijd dus voor een nieuwe discipline. Maar vanuit onze ervaringen willen wij graag een pleidooi houden voor een discipline die nu eens afrekent met het bestaande silo-denken. Die in staat is bruggen te slaan over de bestaande categorieën heen. Simpelweg omdat elk organisatiemerk dat nu eenmaal ook moet doen. Tussen media en stakeholders, tussen boodschappen, proposities en de eigen mensen etc etc. Daarom voor onze oud collega Giep een eerste voorzet!

Teveel organisaties geloven nog steeds in de oude merkwetten van eenvormigheid en consistentie, maar vergeten dat de omgeving met merken heeft leren omgaan. En daarmee de ouderwetse merkcommunicatie haarscherp doorziet. Merken in het nu zijn geen vaste logo’s of kleuren. Merken in het nu zijn plekken waar er dialoog en interactie plaatsvindt. Waar het logo dus flexibel is, meer een sjabloon met een herkenbare vorm of stijl maar niet vanuit een harnas van opgelegde regeltjes.

Een merk in het nu kent een herkenbare identiteit die veel verder gaat dan een huisstijl; het is een manier van (inter-)acteren in communicatie, in de manier waarop er met een crisis wordt omgegaan of hoe de organisatie in speelt op MVO-achtige onderwerpen, in interactie met klanten en de medewerkers onderling. Het is een stijl van zijn, een stijl van voorkomen, een stijl gedreven door principes die gehanteerd worden in alles wat de organisatie doet en dus ook laat.

Een merk in het nu laat zich dus ook niet meer definiëren vanuit een huisstijl of een advertentie campagne (die van nature een tijdelijk karakter heeft). De enige bron waar een organisatie uit kan putten zijn dan ook de ‘roots’, de (nog) ongeschreven bron van de identiteit. Die is leidend voor wie we zijn, wat onze talenten zijn en hoe we onze ontwikkeling kunnen inzetten.

Vanuit die oorspronkelijke identiteit ontwikkelt zich als vanzelf een stijl, een set principes die het beste het wezen van de organisatie vorm geven. In alle aspecten van haar verschijningsvorm. Dat alles is het merk van nu, of zoals wij dat graag noemen: een C-Brand. Een C-Brand heeft zo als van nature verbinding met de wereld waarin het geworteld is.

De echte identiteit bepaalt de manier waarop we omgaan met issues, welke mensen we aan ons willen binden, welke producten en/of diensteninnovatie mogelijk is en zelfs de manier waarop ons kantoor is ingericht. Over consistentie gesproken! En niet verbazingwekkend, maar jarenlang onderzoek heeft uitgewezen dat authentieke merken op lange termijn veruit succesvoller zijn!

 

I rock, therefore I am

Afgelopen zaterdag reisde ik af naar het Belgische Werchter voor een concert van Prince. Tegenwoordig is hij een Jehovah’s getuige. Jehovah’s geloven dat het einde der tijden nabij is. Prince vindt vooral dat het internet ten dode is opgeschreven, zo zegt hij in de Daily Mirror.  En als internet verdwijnt, dan hoef je je nieuwe plaat natuurlijk ook niet via dat medium aanbieden. Dus iTunes kan het shaken met de verkoop van zijn nieuwe cd 20Ten, en ook Youtube moet het ontgelden. Ja je moet toch wat zeggen om publiciteit te krijgen natuurlijk.

Het is namelijk wel opmerkelijk. Zijn vorige CD was namelijk enkel en alleen via internet verkrijgbaar. Via een speciale website waarvan je voor 70 dollar lid moest worden voor een jaar kon je drie albums (dan wel gratis) downloaden en ook bijzondere foto’s zien. En tot nu toe had Prince een heel leger aan mensen in dienst om alles wat er op internet verscheen over hem aan foto’s van concerten, downloadbare muziek en filmpjes van optredens per direct van het internet te verwijderen (zijn eeuwige strijd met de auteursrechten). Dus toen ik terug kwam van de Londonse concerten drie jaar geleden en even fijn wat bewijsmateriaal wilde scoren op internet, moest ik snel wezen, zo rap werd het verwijderd. (We moesten toen overigens ook onze telefoons/camera’s inleveren bij de O2, want his royal badness wenste geen opnamen of any kind in de zaal. Na het optreden weer ophalen.)

Wat er wel was ten tijde van de concerten in London was veel communicatie rondom de 21 concerten die hij ging geven. Dat ontbrak er dit weekend volledig aan. Zo kwam ik er toevallig achter tijdens het surfen op het net dat Prince Werchter aan zou doen. Niet op zijn eigen website, want die heeft hij niet. Maar gewoon ergens terloops. Niks geen campagnevoering om kaarten te verkopen. Kaarten voor het concert waren dan ook nog volop aan de deur te koop, zelfs voor de Golden Circle vooraan bij het podium.

Zijn nieuwe cd was alleen te krijgen als je de Belgische krant Het Nieuwsblad kocht, want daar zat hij bij. In Leuven waar ik zou overnachten was geen krant meer te krijgen. Maar, dacht ik, op het festivalterrein zal vast wel een enorme stand van een van deze kranten zijn, waar ze de dagbladen + cd verkopen. Toppromotie van je krant lijkt me. Maar nee, niets van dat. Geen cd te scoren. Ook geen Prince merchandise overigens. Geen T-shirt, geen muziek, geen love-signs, posters of stickers, gewoon NIKS.  Wat je dan zeker wel zou verwachten is dat de man on stage zijn nieuwe plaat ten gehore brengt. Ook dit deed hij niet. Geen enkel nummer. Zelfs de naam Prince kwam niet voor op mijn Golden Circle polsbandje (die ik altijd als aandenken bewaar).

De kleine man is zo’n groot artiest dat hij wellicht denkt dat hij geen communicatie of promotie nodig heeft. Niet onterecht: zonder promotie behaalde het album Around the World in a Day in 1985 moeiteloos de eerste positie op de Amerikaanse albumparade. Maar dat hij Werchter niet weet uit te verkopen is op zijn minst dubieus. Naamsbekendheid is blijkbaar toch niet genoeg. Neemt niet weg dat ik weer een geweldige experience beleefd heb, met als hoogtepunt Purple Rain in de stromende regen inclusief grote bliksemschichten op de achtergrond, wat totaal ongeregisseerd een magisch moment opleverde. Want een rasartiest blijft hij!

Het is ergens fijn om te zien dat artiesten als Prince trouw willen en kunnen blijven aan hun roots en identiteit zonder slachtoffer te worden van vercommercialisering.

I rock, therefore I am
I don’t need you to tell me I’m in the band
I rock, therefore I am
Right or wrong, I sing my song the best I can

I don’t need you to tell me what clothes to wear
I don’t want suggestions about my hair
If the whole world buys your bullshit, I don’t care
I’d rather put on something that you won’t dare

(Chaos and Disorder, 1996)

De nieuwe cd heb ik uiteindelijk weten te scoren in Antwerpen, voor een bedrag van EUR 1,60! En ik had plenty of space daar vooraan bij het podium om lekker uit mijn dak te gaan zonder geplet te worden tegen de dranghekken. Soms is het fijn geen doelwit van de commercie te zijn!

Saskia Schipper

 

Innovatie? Hell, just do it!

Deze week had Maria van den Hoeven scherpe kritiek op bedrijven en instellingen die hun hand ophouden bij de overheid omdat anders “Nederland niet meer innovatief” is. Gek eigenlijk, want kijk eens naar de internationale faam van onze designwereld, de ideeen voor innovatie door crowd-sourcing van de gemeente Amsterdam of zelfs het TV-programma “Het beste idee van Nederland”, allemaal bewijs dat  Nederland echt nog wel creativiteit en innovativiteit heeft.

Wat is er dan echt aan de hand?! Is het dat wij als land en als individuen niet meer creatief zijn? Hebben we niet meer genoeg vernieuwingsdrang omdat de cultuur ons dwingt om niet te ver boven het maaiveld uit te komen? Is het dat we niet meer voorop lopen in de technische ontwikkelingen? Is het misschien dat wij veel meer een dienstenland dan een maakland zijn?

Of is het dat we die creativiteit niet meer kunnen omzetten. Ontbreekt het in Nederland aan ondernemerschap. Aan de kennis en ervaring om aan een goed idee een solide business model te koppelen. Een goed idee is nog niet een goed product, laat staan een goede en dus gezonde onderneming.En welke constatering dan ook juist is (en misschien zijn ze allemaal wel waar) wat gaan we daar dan aan doen?

Als C-Roots hebben we in ons pamflet #3 een systeem geïntroduceerd om de innovatie-funnel van een organisatie te vullen vanuit de identiteit van de organisatie, getiteld C-Future. Een simpel denkmodel wat eenvoudig is om te zetten naar concrete actie! Geen moeilijke technische vernieuwingen met grote investeringen en dito risico’s maar een hands-on model om korte termijn en lange termijn vernieuwing in samenhang te brengen. De korte termijn direct in te zetten vernieuwing, die uiteindelijk de lange termijn kan financieren, waardoor innovatie een dagelijkse vanzelfsprekendheid wordt.

Kortom, wij zijn er klaar voor en willen graag onze creativiteit inzetten voor nieuwe dingen. Daarom, de eerste die ons benaderd met een concrete vraag op het gebied van innovatie krijgt van ons de eerste dag in uren cadeau!

 

Authenticiteit

Volgens Van Dale is authenticiteit ‘betrouwbaar, geloofwaardig; echt’. En het is de trend van de laatste maanden. Maar door het als trend te benoemen, benoem je ook het onuitgesproken tegendeel! Namelijk dat het hiervoor onecht, gemaakt en fake was. Het beste zie je dat in de wereld van commercials. Dove was de eerste die met echte modellen aan de slag ging, maar toen dat nieuwtje er af was, werd het toch weer de mooi-makerij die de overhand nam.

Maar het lijkt nu toch echt een trend te zijn. Kijk maar naar de nieuwe commercials van Reaal waarin ‘echte mensen’ een videocamera meekregen om de werkelijkheid van hun alledag vast te leggen. Maar wat zegt dat echter over de organisatie? Dat ze goed luisteren naar hun (potentiele) klanten? Dat ze begrijpen wat hun klanten meemaken?

De grote vraag is dan of die ‘promise’ strookt met hun ‘performance’. Klopt de buitenkant met de binnenkant? Is het écht ‘echt en oprecht’ of is het de volgende en daarmee weer tijdelijke reclametruc?

Wanneer worden organisaties echt authentiek door hun roots leidend te laten zijn in alles wat ze doen. In hun communicatie, in hun producten en dus ook de manier waarop ze communiceren met de wereld om hun heen? Dat is de enige ware authenticiteit en volgens van Dale zijn organisaties dan ‘echt en betrouwbaar’.

 

10 voor 2010

Het einde van het jaar en dus de hoogste tijd voor de gebruikelijke lijstjes. Mijn favoriet? De boardroom agenda 2010 van Management Scope.

  1. Zijn wij klaar voor de upturn
  2. Binden en boeien van personeel
  3. Hoe zorgen we voor nieuwe producten en diensten
  4. Het Nieuwe Werken, participatief leidinggeven en de werknemer 2.0
  5. Risicobeheersing
  6. Greening the Enterprise
  7. WK 2010

En dan vraagt de oplettende lezer natuurlijk waar zijn de overige 3? Daarom mijn toevoeging!

Op plaats 0, Identiteit. Omdat heel veel bedrijven hun identiteit de afgelopen jaren verloren zijn en punt 1 t/m 6 alleen maar effectief en consistent te bereiken zijn als je je identiteit scherp voor ogen hebt. En dan weet je ook meteen of punt 7 echt iets is voor jouw organisatie!

Op plaats 8 Maatschappelijke Betrokkenheid. Geen enkele organisatie kan bestaan zonder respect voor en interactie met zijn omgeving. Vroeger werd dat modieus License to Operate genoemd, in 2010 gaat het over veel meer. Over de strategische keuze om mens en organisatie te verbinden met een ideële grondhouding. En ook daarvoor is het kennen van je identiteit onontbeerlijk.

Tenslotte op plaats 9 het vermogen tot Tegen-denken. Teveel en te vaak zien wij organisaties keuzes maken die voortkomen uit de heersende cultuur of structuur of omdat de concurrenten het ook doen. Het vermogen tot tegendenken is essentieel om een eigen, duurzaam concurrerende plek in de markt te vinden. (Of zelfs in een nieuwe markt). C-Roots heeft daarom het concept van De Keerzijde ontwikkelt. Een alternatieve kijk op organisatie, marketing of product waarbij wij met overgave en overtuiging op zoek gaan naar een echt alternatief. Vraag het pamflet #6 aan via office@c-roots.com als u meer wilt weten!

Mogen wij u zo aan het eind van 2009 veel wijsheid toewensen voor 2010. Enne… natuurlijk staat onze deur ook in 2010 wijd open!

 

I was uncool before uncool was cool

Uncool: To try to be cool, and fail and be an embarrassment to people nearby, or end up looking like a fool.
(Bron: Urban dictionary)

Er was eens een tijd dat je niet gezien wilde worden binnen een straal van 250 meter van een Zeeman-filiaal. Want bij Zeeman je kleding kopen, dat is vooral niet cool. Alsof je geen geld hebt voor een normaal stukje kleding zeg! En als je er dan toch stiekem iets kocht, dan deed je dat ongezien, incognito, en knipte je als een idioot alle labeltjes uit zodra je de kassabon in handen had.

Dus toen vriendje vol trots het randje van zijn nieuwe boxer showde en ik daar ‘Zeeman’ las, moest ik aanvankelijk even hard lachen. Maar wat blijkt, Zeeman is ineens helemaal cool. Goed fout dus. Op vele websites wordt er over deze coole boxers geschreven. Zoals op iLoveFashionNews :

“Wij zeggen HOT! Weg met de Björn Borg boxers in alle kleuren van de regenboog. Wij gaan voor de gele en blauwe Zeeman boxers. Wij zeggen dit wordt een hit!”

Volgens de website van Blije Gasten wordt de boxer zelfs al het ‘Dirkje’ van Zeeman genoemd, verwijzend naar de rode Dirk tas, en is er zelfs een speciale Hyves pagina voor opgestart.

De Reclametijgers hebben het over een dikke vinger richting populaire merken als Björn Borg, Calvin Klein of Aussiebum. Goed inspelen in deze ‘tijden van crisis‘ door Zeeman. Het bedrijf wil laten zien dat zij ook een über hippe onderbroek op de markt kunnen brengen.

Zeeman zegt GOEDkoop en verrassend te zijn. Weggeven ís verrassend, en het is zo goedkoop dat deze vorm van sampling geen enorme kostenpost is. Bovendien zegt het iets over vertrouwen in het eigen product: proberen kán tot (herhaal)aankopen leiden.

Is het dan zo makkelijk om een merk goed in de markt te zetten en klanten te trekken en te binden? Of blijft het bij een onderbroekenlolletje? Ik ben benieuwd.

Saskia Schipper

 

Goed goed

Oktober is weer borstkankermaand. Niet het allerleukste onderwerp, maar wel een onderwerp wat vrouwen aangaat. En hoe kan je vrouwen het beste aanspreken? Met mode natuurlijk. Goed te horen dat vele modemerken en mode-retailers zich willen profileren met dit goede doel, de meesten door een speciaal product te maken waarvan de opbrengsten naar het KWF gaan. Vorig jaar kon de mode-retailer Didi nog een cheque van 70.000 euro aan het KWF overhandigen. Behalve Didi steunen ook onder andere Hunkemöller, Bandolera, Manfield en Crocs de strijd tegen borstkanker.

Wat goed is van de combinatie Mode en Borstkanker is dat het goede doel inhoudelijk past bij het merk. Veel bedrijven willen graag een goed doel steunen, maar beseffen niet dat het naar beide kanten beter werkt als ze een goed doel steunen wat op natuurlijke wijze bij hun merk past. Je kan natuurlijk altijd het WNF of de zeehondjes steunen, maar dat heeft minder effect op je imago, maar ook op je organisatie en de mensen, die de ambassadeurs van je merk zijn.

Een goed doel moet je dus met zorg kiezen. En pas als je weet wie je bent, weet je ook wie bij je hoort.

 

Corporate autisme

De gevolgen van de wereldwijde crisis worden steeds zichtbaarder. De scheiding tussen bedrijven die het tijdens de crisis ook goed blijven doen en de bedrijven die omvallen wordt steeds schrijnender. Kijk eens naar de autoindustrie waar Volkswagen het 1e kwartaal meer auto’s verkocht dan vorig jaar versus Kroymans die (als dealer van Saab, Alfa en Chrysler) nu in surseance van betaling is geschoten.

Als je het nieuws volgt lijkt het corporate besef van de klant centraal het nieuwe mantra te zijn. Klant centraal, klant georienteerd, klantgemotiveerd, het zijn allemaal termen om een strategie te duiden die eigenlijk niets meer is dan het simpele ‘behandel je klant zoals jezelf behandeld zou worden’. En dan nu, in tijden van crisis, gaan we dat plotsklaps allemaal anders en beter doen? Zeker geloofwaardig!

Zo ben ik nu al twee jaar bezig om een prive-rekening bij een bank op te heffen. Ooit geopend omdat het vereist was bij het afsluiten van een hypotheek maar daarna nooit meer gebruikt. Nu zit ik alleen in een cyclus met dreiging van incasso-bureaus en deurwaarders. En alleen omdat de bank nog steeds de kosten van de rekening afschrijft zonder een blik te werpen op de activiteiten op die rekening. Want die is al 2 jaar ‘dood’.

Dan bel je met de afdeling die de aanmaningen stuurt en het eerste wat je hoort is dat het nummer op het briefpapier dat je zojuist gedraaid hebt veranderd is, of je even wilt noteren……

Alleraardigste mensen aan de telefoon (want ze worden goed getraind!) die je telefoontje noteren maar er niets aan kunnen doen want het is een andere afdeling en opheffen lukt natuurlijk niet als er een negatief saldo is……  ik heb nu voor tenminste de derde keer het formulier ingevuld, ondertekend en voorzien van kopieen van paspoorten retour gestuurd. Ben benieuwd of dit gewoon het zoveelste voorbeeld van corporate autisme is of dat er eindelijk iemand luistert!

 

Icon Products

Van de week zag ik in NRC Next dat Ikea vol trots de nieuwe PS collectie aankondigt. Een verademing om te horen. De PS collectie is nl het prototype voorbeeld van een icoon product/collectie die het merk lading geeft, positioneert. In het geval van Ikea is het: design moet voor iedereen bereikbaar zijn. Met de PS collectie wordt dan ook niet op safe gespeeld, maar wordt ontwerpers de vrije hand gegeven een product te ontwerpen binnen een gegeven thema. Hiermee wordt een design statement gemaakt. Deze producten hoeven niet perse een verkoophit te worden, als het maar redelijke aantallen kan maken en daardoor voldoende de aandacht trekt. De Zweden zijn daar kennelijk goed in want dit mechanisme heeft H&M natuurlijk ook met een jaarlijkse designer collectie van een mode-icoon uit de haute couture, wat H&M onomstotelijk op de kaart zet als hét mode-warenhuis.

Leuk om dat een keer te zien, omdat je tegenwoordig toch vaak managers naar innovaties ziet zoeken, met de zekerheid  dat het een verkoophit gaat worden. Hierdoor worden er zoveel compromissen gesloten dat deze producten geen onderscheidend vermogen meer hebben en zeker niet als innovatief of als icoon product worden gezien. Het vinden van een nieuw product, innovatie moet je daarom ook doen vanuit de roots van je organisatie, zodat innovatie weerschijnt op je identiteit. En wie wil dat nou niet?

 

Living in the brand

Subtiel maar essentieel verschil. Living the brand is gericht op externe doelgroepen. Living in the brand is juist voor de eigen mensen. De mensen die dagelijks naar de kern van het merk (moeten) leven en handelen om de merkbelofte waar te maken. Als je alleen ziet in welke omgeving dat vaak gebeurt, begrijp je welk een magistrale kans organisaties missen om de hele beleving van het bedrijf vanuit de identiteit van de organisatie aan te sturen. Hoe vaak is het merk ook doorgetrokken naar de fysieke werkomgeving? Heel vaak zie je toch een gebouw waar een soort corporate saus over heen gegoten wordt waarbij het aantal ramen bepalend is voor de status van de (kamer-)bewoner.

C-Roots heeft een integraal model ontwikkeld waarmee de identiteit (vertaalt naar merkwaarden) gebruikt wordt als inspiratiebron en toetssteen voor de fysieke verschijning van het merk in de kantooromgeving. Meer weten? Vraag bij C-Roots het phamplet #4 ‘C-Roots on the branded office’ aan.